De of het cafébezoeker?

Het juiste lidwoord is:

de cafébezoeker

  • Meervoud: de cafébezoekers
  • Verkleinwoord: het cafébezoekertje
Betekenis iemand die te gast is in een café

Zo gebruik je cafébezoeker

Met lidwoordde cafébezoeker
Dit of dezedeze cafébezoeker
Dat of diedie cafébezoeker
Ons of onzeonze cafébezoeker
Jouwjouw cafébezoeker
Elk of elkeelke cafébezoeker
Welk of welkewelke cafébezoeker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote cafébezoeker, de grote cafébezoeker
Meervoudde cafébezoekers, deze cafébezoekers

Voorbeeldzinnen met cafébezoeker

  • Een vriendelijke agent deelde me mee dat er een aanklacht tegen me ingediend was wegens molest van een cafébezoeker.
  • "Een vol terras laat zien dat wij Parijzenaren doorgaan met ons leven", zegt een Franse cafébezoeker.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).