De of het cacaoboer?

Het juiste lidwoord is:

de cacaoboer

  • Meervoud: de cacaoboeren
  • Verkleinwoord: het cacaoboertje
Betekenis (landbouw, beroep) iemand die een cacaoplantage heeft met cacaobomen

Zo gebruik je cacaoboer

Met lidwoordde cacaoboer
Dit of dezedeze cacaoboer
Dat of diedie cacaoboer
Ons of onzeonze cacaoboer
Jouwjouw cacaoboer
Elk of elkeelke cacaoboer
Welk of welkewelke cacaoboer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote cacaoboer, de grote cacaoboer
Meervoudde cacaoboeren, deze cacaoboeren

Voorbeeldzinnen met cacaoboer

  • Volgens Dijksma begint duurzame chocola met een eerlijke prijs voor de cacaoboer. Die kan daarmee zijn levensomstandigheden verbeteren en ook investeren in milieuvriendelijke landbouw.
  • Ook welke bestrijdingsmiddelen een cacaoboer in Kameroen gebruikt, wordt bepaald in Brussel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).