De of het buurtkroeg?

Het juiste lidwoord is:

de buurtkroeg

  • Meervoud: de buurtkroegen
  • Verkleinwoord: het buurtkroegje
Betekenis een café waar vooral wijkbewoners komen

Zo gebruik je buurtkroeg

Met lidwoordde buurtkroeg
Dit of dezedeze buurtkroeg
Dat of diedie buurtkroeg
Ons of onzeonze buurtkroeg
Jouwjouw buurtkroeg
Elk of elkeelke buurtkroeg
Welk of welkewelke buurtkroeg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buurtkroeg, de grote buurtkroeg
Meervoudde buurtkroegen, deze buurtkroegen

Voorbeeldzinnen met buurtkroeg

  • Zijn vader sleept hem mee naar een buurtkroeg en laat het joch op het biljart een liedje zingen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).