De of het buurtbus?

Het juiste lidwoord is:

de buurtbus

  • Meervoud: de buurtbussen
  • Verkleinwoord: het buurtbusje
Betekenis voorziening voor openbaar vervoer waarbij de chauffeur vaak een vrijwilliger is

Zo gebruik je buurtbus

Met lidwoordde buurtbus
Dit of dezedeze buurtbus
Dat of diedie buurtbus
Ons of onzeonze buurtbus
Jouwjouw buurtbus
Elk of elkeelke buurtbus
Welk of welkewelke buurtbus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buurtbus, de grote buurtbus
Meervoudde buurtbussen, deze buurtbussen

Voorbeeldzinnen met buurtbus

  • Daardoor kunnen mensen met WW straks bijvoorbeeld als vrijwilliger helpen bij een sportclub of ze kunnen een buurtbus rijden.
  • De gemeente staat het hele weekend met een buurtbus bij Albert Heijn in Den Dolder om vragen van burgers te beantwoorden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).