De of het buspatiënt?

Het juiste lidwoord is:

de buspatiënt

  • Meervoud: de buspatiënten
  • Verkleinwoord: het buspatiëntje
Betekenis (verouderd) minderbedeelde patiënt wiens zorgkosten werden betaald uit de opbrengsten van een soort ziekenfonds, een zogeheten ziekenbus

Zo gebruik je buspatiënt

Met lidwoordde buspatiënt
Dit of dezedeze buspatiënt
Dat of diedie buspatiënt
Ons of onzeonze buspatiënt
Jouwjouw buspatiënt
Elk of elkeelke buspatiënt
Welk of welkewelke buspatiënt?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buspatiënt, de grote buspatiënt
Meervoudde buspatiënten, deze buspatiënten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).