De of het buspassagier?

Het juiste lidwoord is:

de buspassagier

  • Meervoud: de buspassagiers
Betekenis iemand die in een autobus reist

Zo gebruik je buspassagier

Met lidwoordde buspassagier
Dit of dezedeze buspassagier
Dat of diedie buspassagier
Ons of onzeonze buspassagier
Jouwjouw buspassagier
Elk of elkeelke buspassagier
Welk of welkewelke buspassagier?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buspassagier, de grote buspassagier
Meervoudde buspassagiers, deze buspassagiers

Voorbeeldzinnen met buspassagier

  • Bij de politie was een melding binnengekomen over een buspassagier die een vloeistof in een bakje gooide, waarna er rook vrijkwam.
  • De vrachtwagenchauffeur en een buspassagier liggen in kritieke toestand in het ziekenhuis.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).