De of het burgerlijkheid?

Het juiste lidwoord is:

de burgerlijkheid

  • Meervoud: de burgerlijkheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis 1. het gedrag en het leven dat past bij eenvoudige mensen 2. het gedrag en het leven van bekrompen mensen

Zo gebruik je burgerlijkheid

Met lidwoordde burgerlijkheid
Dit of dezedeze burgerlijkheid
Dat of diedie burgerlijkheid
Ons of onzeonze burgerlijkheid
Jouwjouw burgerlijkheid
Elk of elkeelke burgerlijkheid
Welk of welkewelke burgerlijkheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote burgerlijkheid, de grote burgerlijkheid
Meervoudde burgerlijkheden, deze burgerlijkheden

Voorbeeldzinnen met burgerlijkheid

  • Ondanks je wethouderschap en je semi-culturele uitstraling kleeft aan jou toch het imago van burgerlijkheid. Sjoelen of zaterdagavond, barbecuen? Wil je je doelbewust als man van het volk presenteren?
  • De avonden van Reve komt voort uit de modder van de lage landen, uit de benauwde naoorlogse burgerlijkheid.

Woorden die eindigen op burgerlijkheid

kleinburgerlijkheid | antiburgerlijkheid

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).