De of het burgerjongen?

Het juiste lidwoord is:

de burgerjongen

  • Meervoud: de burgerjongens
  • Verkleinwoord: het burgerjongetje
Betekenis jonge man uit de burgerlijke, en dus niet-adelijke, standx1

Zo gebruik je burgerjongen

Met lidwoordde burgerjongen
Dit of dezedeze burgerjongen
Dat of diedie burgerjongen
Ons of onzeonze burgerjongen
Jouwjouw burgerjongen
Elk of elkeelke burgerjongen
Welk of welkewelke burgerjongen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote burgerjongen, de grote burgerjongen
Meervoudde burgerjongens, deze burgerjongens

Voorbeeldzinnen met burgerjongen

  • Hij was van Franse origine, een armoedzaaier, die blij was met een afgelegde jas, een stille verlegen burgerjongen.
  • Een burgerjongen die trouwt met een prinses klinkt als een sprookje, maar de Japanners vinden het maar niets dat de prinses haar titel opgeeft voor de liefde.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).