De of het burgerhuis?

Het juiste lidwoord is:

het burgerhuis

  • Meervoud: de burgerhuizen
  • Verkleinwoord: het burgerhuisje
Betekenis 1. een eenvoudige woning voor eenvoudige mensen 2. een huis waarin een niet adellijk persoon woont

Zo gebruik je burgerhuis

Met lidwoordhet burgerhuis
Dit of dezedit burgerhuis
Dat of diedat burgerhuis
Ons of onzeons burgerhuis
Jouwjouw burgerhuis
Elk of elkeelk burgerhuis
Welk of welkewelk burgerhuis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot burgerhuis, het grote burgerhuis
Meervoudde burgerhuizen, deze burgerhuizen

Voorbeeldzinnen met burgerhuis

  • Margriet begon haar prinsessenleven trouwens niet in een paleis, maar in een burgerhuis. Dat was in het Canadese Ottawa waarnaar prinses Juliana vanwege de oorlog was uitgeweken.
  • Dit is Marsum, een Noord-Groningse buurtschap van in totaal zeven boerderijen en een burgerhuis.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).