De of het burchtvoogd?

Het juiste lidwoord is:

de burchtvoogd

  • Meervoud: de burchtvoogden
Betekenis persoon die het beheer heeft over een kasteel

Zo gebruik je burchtvoogd

Met lidwoordde burchtvoogd
Dit of dezedeze burchtvoogd
Dat of diedie burchtvoogd
Ons of onzeonze burchtvoogd
Jouwjouw burchtvoogd
Elk of elkeelke burchtvoogd
Welk of welkewelke burchtvoogd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote burchtvoogd, de grote burchtvoogd
Meervoudde burchtvoogden, deze burchtvoogden

Voorbeeldzinnen met burchtvoogd

  • De dame, die de echtgenote was van de burchtvoogd, verwittigde onmiddellijk haar gemaal die op zijn beurt Tirant op de hoogte bracht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).