De of het burchtheer?

Het juiste lidwoord is:

de burchtheer

  • Meervoud: de burchtheren
Betekenis 1. eigenaar van een kasteel 2. persoon die het beheer heeft over een kasteel

Zo gebruik je burchtheer

Met lidwoordde burchtheer
Dit of dezedeze burchtheer
Dat of diedie burchtheer
Ons of onzeonze burchtheer
Jouwjouw burchtheer
Elk of elkeelke burchtheer
Welk of welkewelke burchtheer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote burchtheer, de grote burchtheer
Meervoudde burchtheren, deze burchtheren

Voorbeeldzinnen met burchtheer

  • Ook de bevolking in en rondom Bomarzo zal wel met gemengde gevoelens de liefhebberij van de nieuwe burchtheer hebben gadegeslagen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).