De of het buntgrasbreedneus?

Het juiste lidwoord is:

de buntgrasbreedneus

  • Meervoud: de buntgrasbreedneuzen
  • Verkleinwoord: het buntgrasbreedneusje
Betekenis (halfvleugeligen) Amblytylus albidus een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae). De soort werd het eerst wetenschappelijk beschreven door Carl Wilhelm Hahn in 1834

Zo gebruik je buntgrasbreedneus

Met lidwoordde buntgrasbreedneus
Dit of dezedeze buntgrasbreedneus
Dat of diedie buntgrasbreedneus
Ons of onzeonze buntgrasbreedneus
Jouwjouw buntgrasbreedneus
Elk of elkeelke buntgrasbreedneus
Welk of welkewelke buntgrasbreedneus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buntgrasbreedneus, de grote buntgrasbreedneus
Meervoudde buntgrasbreedneuzen, deze buntgrasbreedneuzen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).