De of het buitenseizoen?

Het juiste lidwoord is:

het buitenseizoen

  • Meervoud: de buitenseizoenen
Betekenis (sport) deel van het jaar dat men buiten kan sporten

Zo gebruik je buitenseizoen

Met lidwoordhet buitenseizoen
Dit of dezedit buitenseizoen
Dat of diedat buitenseizoen
Ons of onzeons buitenseizoen
Jouwjouw buitenseizoen
Elk of elkeelk buitenseizoen
Welk of welkewelk buitenseizoen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot buitenseizoen, het grote buitenseizoen
Meervoudde buitenseizoenen, deze buitenseizoenen

Voorbeeldzinnen met buitenseizoen

  • Vetter liet de WK indoor schieten om zich helemaal te richten op het buitenseizoen.
  • Atlete Siffan Hassan laat de eerste wedstrijden van het buitenseizoen links liggen vanwege een geïrriteerd dijbeen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).