De of het buitenmuur?

Het juiste lidwoord is:

de buitenmuur

  • Meervoud: de buitenmuren
  • Verkleinwoord: het buitenmuurtje
Betekenis (bouwkunde) muur aan de buitenkant van een gebouw

Zo gebruik je buitenmuur

Met lidwoordde buitenmuur
Dit of dezedeze buitenmuur
Dat of diedie buitenmuur
Ons of onzeonze buitenmuur
Jouwjouw buitenmuur
Elk of elkeelke buitenmuur
Welk of welkewelke buitenmuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buitenmuur, de grote buitenmuur
Meervoudde buitenmuren, deze buitenmuren

Voorbeeldzinnen met buitenmuur

  • In de buitenmuur was een houten poort, waarvan hij het hangslot opende.
  • Aan de buitenmuur is een plaquette te lezen met een versregel van oud-gevangene Anthonie Donker: "Gedenk hun laatste gang door deze poort.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).