De of het buitenles?

Het juiste lidwoord is:

de buitenles

  • Meervoud: de buitenlessen
  • Verkleinwoord: het buitenlesje
Betekenis (onderwijs) een les die in de buitenlucht wordt gegeven

Zo gebruik je buitenles

Met lidwoordde buitenles
Dit of dezedeze buitenles
Dat of diedie buitenles
Ons of onzeonze buitenles
Jouwjouw buitenles
Elk of elkeelke buitenles
Welk of welkewelke buitenles?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buitenles, de grote buitenles
Meervoudde buitenlessen, deze buitenlessen

Voorbeeldzinnen met buitenles

  • Misschien kwam het daardoor dat ze op een dag besloot om wat ze noemde een 'buitenles' te geven in plaats van binnen te blijven.
  • Mocht er een klein buitje vallen, dan gaat de buitenles gewoon door. Daar is de school op voorbereid.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).