De of het buitenkerkelijke?

Het juiste lidwoord is:

de buitenkerkelijke

  • Meervoud: de buitenkerkelijken
Betekenis iemand die geen lid is van een kerkgenootschap

Zo gebruik je buitenkerkelijke

Met lidwoordde buitenkerkelijke
Dit of dezedeze buitenkerkelijke
Dat of diedie buitenkerkelijke
Ons of onzeonze buitenkerkelijke
Jouwjouw buitenkerkelijke
Elk of elkeelke buitenkerkelijke
Welk of welkewelke buitenkerkelijke?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buitenkerkelijke, de grote buitenkerkelijke
Meervoudde buitenkerkelijken, deze buitenkerkelijken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).