De of het buitengevel?

Het juiste lidwoord is:

de buitengevel

  • Meervoud: de buitengevels
  • Verkleinwoord: het buitengeveltje
Betekenis een van de zijden aan de buitenkant van een gebouw

Zo gebruik je buitengevel

Met lidwoordde buitengevel
Dit of dezedeze buitengevel
Dat of diedie buitengevel
Ons of onzeonze buitengevel
Jouwjouw buitengevel
Elk of elkeelke buitengevel
Welk of welkewelke buitengevel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buitengevel, de grote buitengevel
Meervoudde buitengevels, deze buitengevels

Voorbeeldzinnen met buitengevel

  • Veel inwoners van de stad hadden aangegeven dat ze de letters van het oude station graag zouden terugzien op de buitengevel van het nieuwe gebouw.
  • Meer dan 200 brandweerlieden deden ondanks de bittere kou hun best om het pakhuis van de ondergang te redden. Uiteindelijk bleef weinig meer over dan een in ijsgehulde buitengevel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).