De of het budgethouder?

Het juiste lidwoord is:

de budgethouder

  • Meervoud: de budgethouders

Zo gebruik je budgethouder

Met lidwoordde budgethouder
Dit of dezedeze budgethouder
Dat of diedie budgethouder
Ons of onzeonze budgethouder
Jouwjouw budgethouder
Elk of elkeelke budgethouder
Welk of welkewelke budgethouder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote budgethouder, de grote budgethouder
Meervoudde budgethouders, deze budgethouders

Woorden die eindigen op budgethouder

hoofdbudgethouder | deelbudgethouder

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met budgethouder

budgethouderschap

Meervoud, verkleinwoord en vertaling: WikiWoordenboek, licentie CC BY-SA 4.0.