De of het brus?

Het juiste lidwoord is:

de brus

  • Meervoud: de brussen
  • Verkleinwoord: het brusje
Betekenis (familie) een ander kind van dezelfde ouders, m.n. wanneer diegene zorgtaken op zich neemt

Zo gebruik je brus

Met lidwoordde brus
Dit of dezedeze brus
Dat of diedie brus
Ons of onzeonze brus
Jouwjouw brus
Elk of elkeelke brus
Welk of welkewelke brus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote brus, de grote brus
Meervoudde brussen, deze brussen

Voorbeeldzinnen met brus

  • De gehandicapte Anna heeft drie brussen die voor haar zorgen.

Woorden die eindigen op brus

halfbrus | schoonbrus

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met brus

bruschetta | brush | brushcutter | brushleer

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).