De of het bruiloftsdag?

Het juiste lidwoord is:

de bruiloftsdag

  • Meervoud: de bruiloftsdagen
Betekenis de dag dat men een huwelijk sluit en de bruiloft viert

Zo gebruik je bruiloftsdag

Met lidwoordde bruiloftsdag
Dit of dezedeze bruiloftsdag
Dat of diedie bruiloftsdag
Ons of onzeonze bruiloftsdag
Jouwjouw bruiloftsdag
Elk of elkeelke bruiloftsdag
Welk of welkewelke bruiloftsdag?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bruiloftsdag, de grote bruiloftsdag
Meervoudde bruiloftsdagen, deze bruiloftsdagen

Voorbeeldzinnen met bruiloftsdag

  • Maar toen hun bruiloftsdag begon regende het en was Kilcourse te laat.
  • Weliswaar was het Afrikaanse geld de absolute voorwaarde voor baron Von Freital geweest, tot aan de bruiloftsdag van zijn dochter beschouwde hij zichzelf als haar eigenaar …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).