De of het bruikleengever?

Het juiste lidwoord is:

de bruikleengever

  • Meervoud: de bruikleengevers
Betekenis iemand die iets voor een bepaalde tijd uitleent zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen

Zo gebruik je bruikleengever

Met lidwoordde bruikleengever
Dit of dezedeze bruikleengever
Dat of diedie bruikleengever
Ons of onzeonze bruikleengever
Jouwjouw bruikleengever
Elk of elkeelke bruikleengever
Welk of welkewelke bruikleengever?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bruikleengever, de grote bruikleengever
Meervoudde bruikleengevers, deze bruikleengevers

Voorbeeldzinnen met bruikleengever

  • Het is mede door die link met Holland dat de Canadese bruikleengever David Thomson (van Persbureau Thomson Reuters) maar liefst 58 werken uit zijn privécollectie aan Teylers Museum uitleent.
  • De bruikleengever heeft de (nep)hanger geregeld aan andere musea uitgeleend voor tentoonstellingen, bevestigt de museumdirecteur.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).