De of het brugger?

Het juiste lidwoord is:

de brugger

  • Meervoud: de bruggers
Betekenis (onderwijs) brugklasser

Zo gebruik je brugger

Met lidwoordde brugger
Dit of dezedeze brugger
Dat of diedie brugger
Ons of onzeonze brugger
Jouwjouw brugger
Elk of elkeelke brugger
Welk of welkewelke brugger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote brugger, de grote brugger
Meervoudde bruggers, deze bruggers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).