De of het brugdeel?

Het juiste lidwoord is:

het brugdeel

  • Meervoud: de brugdelen
Betekenis (bouwkunde) een van de segmenten van een brug

Zo gebruik je brugdeel

Met lidwoordhet brugdeel
Dit of dezedit brugdeel
Dat of diedat brugdeel
Ons of onzeons brugdeel
Jouwjouw brugdeel
Elk of elkeelk brugdeel
Welk of welkewelk brugdeel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot brugdeel, het grote brugdeel
Meervoudde brugdelen, deze brugdelen

Voorbeeldzinnen met brugdeel

  • De dijk was uren afgesloten en daarna kon er alleen over één brugdeel worden gereden.
  • Ook is er schade ontstaan aan het betonnen brugdeel in de rijbaan richting Gouda.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).