De of het broedseizoen?

Het juiste lidwoord is:

het broedseizoen

  • Meervoud: de broedseizoenen
Betekenis (dierkunde) deel van het jaar dat vogels hun eieren uitbroeden

Zo gebruik je broedseizoen

Met lidwoordhet broedseizoen
Dit of dezedit broedseizoen
Dat of diedat broedseizoen
Ons of onzeons broedseizoen
Jouwjouw broedseizoen
Elk of elkeelk broedseizoen
Welk of welkewelk broedseizoen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot broedseizoen, het grote broedseizoen
Meervoudde broedseizoenen, deze broedseizoenen

Voorbeeldzinnen met broedseizoen

  • Het voorjaar is voor veel vogels het broedseizoen.
  • De lente is voor veel vogels het broedseizoen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).