De of het broedpaar?

Het juiste lidwoord is:

het broedpaar

  • Meervoud: de broedparen
  • Verkleinwoord: het broedpaartje
Betekenis (dierkunde) twee vogels die samen voor het uitbroeden van eieren zorgen

Zo gebruik je broedpaar

Met lidwoordhet broedpaar
Dit of dezedit broedpaar
Dat of diedat broedpaar
Ons of onzeons broedpaar
Jouwjouw broedpaar
Elk of elkeelk broedpaar
Welk of welkewelk broedpaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot broedpaar, het grote broedpaar
Meervoudde broedparen, deze broedparen

Voorbeeldzinnen met broedpaar

  • Boeren die stukken land opofferen om weidevogels te laten broeden, krijgen in Friesland een vergoeding van duizend euro per broedpaar per jaar.
  • Volgens Koks is dit eerste broedpaar van de steppekiekendief in Nederland groot nieuws in vogelland. Tot nu toe heeft de steppekiekendief in Europa alleen gebroed in Finland.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).