De of het broedkleed?

Het juiste lidwoord is:

het broedkleed

  • Meervoud: de broedkleden
Betekenis (dierkunde) het vaak opvallende verenkleed bij (mannetjes) vogels dat gedurende de voortplantingsperiode wordt gedragen

Zo gebruik je broedkleed

Met lidwoordhet broedkleed
Dit of dezedit broedkleed
Dat of diedat broedkleed
Ons of onzeons broedkleed
Jouwjouw broedkleed
Elk of elkeelk broedkleed
Welk of welkewelk broedkleed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot broedkleed, het grote broedkleed
Meervoudde broedkleden, deze broedkleden

Voorbeeldzinnen met broedkleed

  • De mannetjes in broedkleed zijn goed herkenbaar door het zwarte masker op hun kop.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).