De of het bricolage?

Het juiste lidwoord is:

de bricolage

Betekenis knutselwerk, geknutsel

Zo gebruik je bricolage

Met lidwoordde bricolage
Dit of dezedeze bricolage
Dat of diedie bricolage
Ons of onzeonze bricolage
Jouwjouw bricolage
Elk of elkeelke bricolage
Welk of welkewelke bricolage?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bricolage, de grote bricolage

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).