De of het brandweerofficier?

Het juiste lidwoord is:

de brandweerofficier

  • Meervoud: de brandweerofficiers / brandweerofficieren
Betekenis (beroep) leidinggevende bij de brandweer

Zo gebruik je brandweerofficier

Met lidwoordde brandweerofficier
Dit of dezedeze brandweerofficier
Dat of diedie brandweerofficier
Ons of onzeonze brandweerofficier
Jouwjouw brandweerofficier
Elk of elkeelke brandweerofficier
Welk of welkewelke brandweerofficier?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote brandweerofficier, de grote brandweerofficier
Meervoudde brandweerofficiers, deze brandweerofficiers

Voorbeeldzinnen met brandweerofficier

  • Brandweerofficier Chad Morrisson zegt dat hij heel gelukkig is en spreekt van prima weer voor de brandweer.
  • Strikker vertelde ook dat uit een interview met een brandweerofficier was gebleken dat op de dag van de explosies een brandweerman een deur had geopend van een lood [sic!] op het terrein.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).