De of het brandwacht?

Het juiste lidwoord is:

de brandwacht

  • Meervoud: de brandwachten
Betekenis 1. organisatie erop let of er brand ontstaat; organisatie die voorkomt dat er brand ontstaat 2. (beroep) iemand die lid is van een brandwacht

Zo gebruik je brandwacht

Met lidwoordde brandwacht
Dit of dezedeze brandwacht
Dat of diedie brandwacht
Ons of onzeonze brandwacht
Jouwjouw brandwacht
Elk of elkeelke brandwacht
Welk of welkewelke brandwacht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote brandwacht, de grote brandwacht
Meervoudde brandwachten, deze brandwachten

Voorbeeldzinnen met brandwacht

  • "Iedere beveiliger en brandwacht heeft een eigen sector, zo is de ontdekkingstijd heel kort", zegt hij tegen de NOS.
  • Priele was als brandwacht, samen met twee anderen, drie maanden lang verantwoordelijk voor de Gouden Koets, toen die op een tentoonstelling in Rotterdam werd geëxposeerd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).