De of het brandgeur?

Het juiste lidwoord is:

de brandgeur

  • Meervoud: de brandgeuren
Betekenis wat je kunt ruiken als iets in brand staat

Zo gebruik je brandgeur

Met lidwoordde brandgeur
Dit of dezedeze brandgeur
Dat of diedie brandgeur
Ons of onzeonze brandgeur
Jouwjouw brandgeur
Elk of elkeelke brandgeur
Welk of welkewelke brandgeur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote brandgeur, de grote brandgeur
Meervoudde brandgeuren, deze brandgeuren

Voorbeeldzinnen met brandgeur

  • "Grote rookwolken, mist en een brandgeur hangen rondom de bergen.
  • Henk Smith was 9 toen Duitse vliegtuigen bommen op Rotterdam lieten vallen. "De brandgeur en de sirenes zal ik nooit vergeten", zegt hij.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).