De of het brada?

Het juiste lidwoord is:

de brada

  • Meervoud: de brada's
Betekenis 1. mannelijk persoon waarmee je een gemeenschappelijke ouder hebt 2. mannelijke vriend

Zo gebruik je brada

Met lidwoordde brada
Dit of dezedeze brada
Dat of diedie brada
Ons of onzeonze brada
Jouwjouw brada
Elk of elkeelke brada
Welk of welkewelke brada?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote brada, de grote brada
Meervoudde brada's, deze brada's

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).