De of het braamstruik?

Het juiste lidwoord is:

de braamstruik

  • Meervoud: de braamstruiken
  • Verkleinwoord: het braamstruikje
Betekenis (plantkunde) rubus stekelige wilde plant waaraan bramen groeien

Zo gebruik je braamstruik

Met lidwoordde braamstruik
Dit of dezedeze braamstruik
Dat of diedie braamstruik
Ons of onzeonze braamstruik
Jouwjouw braamstruik
Elk of elkeelke braamstruik
Welk of welkewelke braamstruik?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote braamstruik, de grote braamstruik
Meervoudde braamstruiken, deze braamstruiken

Voorbeeldzinnen met braamstruik

  • ’Overal groeien braamstuiken’, aldus minister Christianne van der Wal van Natuur en Stikstof. Dit zou komen door de toegenomen stikstofuitstoot, maar A. van Veen heeft een andere verklaring.
  • Vol goede moed begonnen we ons een weg door de braamstruiken en brandnetels te hakken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).