De of het bovenkleed?

Het juiste lidwoord is:

het bovenkleed

  • Meervoud: de bovenkleren / bovenklederen
  • Verkleinwoord: het bovenkleedje

Zo gebruik je bovenkleed

Met lidwoordhet bovenkleed
Dit of dezedit bovenkleed
Dat of diedat bovenkleed
Ons of onzeons bovenkleed
Jouwjouw bovenkleed
Elk of elkeelk bovenkleed
Welk of welkewelk bovenkleed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bovenkleed, het grote bovenkleed
Meervoudde bovenkleren, deze bovenkleren

Meervoud, verkleinwoord en vertaling: WikiWoordenboek, licentie CC BY-SA 4.0.