De of het bovendeel?

Het juiste lidwoord is:

het bovendeel

  • Meervoud: de bovendelen
Betekenis het gedeelte aan de bovenkant; het gedeelte aan de bovenzijde

Zo gebruik je bovendeel

Met lidwoordhet bovendeel
Dit of dezedit bovendeel
Dat of diedat bovendeel
Ons of onzeons bovendeel
Jouwjouw bovendeel
Elk of elkeelk bovendeel
Welk of welkewelk bovendeel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bovendeel, het grote bovendeel
Meervoudde bovendelen, deze bovendelen

Voorbeeldzinnen met bovendeel

  • Na reparatie wordt het bovendeel later weer teruggeplaatst.
  • De vrouw sloeg de man, die haar daarna volgens protocol vastpakte en haar tegen de grond werkte. De vrouw viel daarbij op haar achterwerk en brak het bovendeel van haar scheenbeen in het kniegewricht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).