De of het bouwverlof?

Het juiste lidwoord is:

het bouwverlof

  • Meervoud: de bouwverloven
Betekenis (België) bouwvak

Zo gebruik je bouwverlof

Met lidwoordhet bouwverlof
Dit of dezedit bouwverlof
Dat of diedat bouwverlof
Ons of onzeons bouwverlof
Jouwjouw bouwverlof
Elk of elkeelk bouwverlof
Welk of welkewelk bouwverlof?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bouwverlof, het grote bouwverlof
Meervoudde bouwverloven, deze bouwverloven

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).