De of het bouwverbod?

Het juiste lidwoord is:

het bouwverbod

  • Meervoud: de bouwverboden
Betekenis verordening dat men ergens geen nieuwe gebouwen mag maken

Zo gebruik je bouwverbod

Met lidwoordhet bouwverbod
Dit of dezedit bouwverbod
Dat of diedat bouwverbod
Ons of onzeons bouwverbod
Jouwjouw bouwverbod
Elk of elkeelk bouwverbod
Welk of welkewelk bouwverbod?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bouwverbod, het grote bouwverbod
Meervoudde bouwverboden, deze bouwverboden

Voorbeeldzinnen met bouwverbod

  • De opheffing van het bouwverbod gaat ons ter harte."
  • Activisten denken dat CDU en SPD het bouwverbod nu via een omweg willen omzeilen, zodat ze er later alsnog luxe woningen kunnen laten bouwen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).