De of het bouwtijd?

Het juiste lidwoord is:

de bouwtijd

  • Meervoud: de bouwtijden
Betekenis tijd die nodig is om iets te bouwen

Zo gebruik je bouwtijd

Met lidwoordde bouwtijd
Dit of dezedeze bouwtijd
Dat of diedie bouwtijd
Ons of onzeonze bouwtijd
Jouwjouw bouwtijd
Elk of elkeelke bouwtijd
Welk of welkewelke bouwtijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwtijd, de grote bouwtijd
Meervoudde bouwtijden, deze bouwtijden

Voorbeeldzinnen met bouwtijd

  • Volgens Rolls-Royce is de bouwtijd van de reactoren in totaal vier jaar. Tom Samson, hoofd van het SMR-project bij Rolls-Royce, noemt in een persbericht de overheidsinvestering "fantastisch nieuws".
  • Maar zo'n terminal wordt niet zomaar gebouwd: de productie van de huidige terminal kostte zo'n miljard euro en de bouwtijd ervan is zo'n drie jaar.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).