De of het bouwloods?

Het juiste lidwoord is:

de bouwloods

  • Meervoud: de bouwloodsen
Betekenis schuur waarin men iets bouwt

Zo gebruik je bouwloods

Met lidwoordde bouwloods
Dit of dezedeze bouwloods
Dat of diedie bouwloods
Ons of onzeonze bouwloods
Jouwjouw bouwloods
Elk of elkeelke bouwloods
Welk of welkewelke bouwloods?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwloods, de grote bouwloods
Meervoudde bouwloodsen, deze bouwloodsen

Voorbeeldzinnen met bouwloods

  • Een deel van de carnavalswagen van 'De Begienurs' in Kruisland bij Roosendaal is door brand verwoest. Het ging mis bij laswerkzaamheden, waardoor de praalwagen en de bouwloods zijn afgebrand.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).