De of het bouwleges?

Het juiste lidwoord is:

de bouwleges

  • Meervoud: de bouwleges
Betekenis (bouwkunde) geld dat men moet betalen voor een bouwvergunning

Zo gebruik je bouwleges

Met lidwoordde bouwleges
Dit of dezedeze bouwleges
Dat of diedie bouwleges
Ons of onzeonze bouwleges
Jouwjouw bouwleges
Elk of elkeelke bouwleges
Welk of welkewelke bouwleges?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwleges, de grote bouwleges
Meervoudde bouwleges, deze bouwleges

Voorbeeldzinnen met bouwleges

  • Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken vindt het niet nodig om in te grijpen bij de hoogte van bouwleges.
  • De Vereniging Eigen Huis (VEH) wil dat minister Ollongren een einde maakt aan de grote verschillen in gemeentelijke bouwleges.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).