De of het bouwkundestudent?

Het juiste lidwoord is:

de bouwkundestudent

  • Meervoud: de bouwkundestudenten
Betekenis (bouwkunde, onderwijs) iemand die bouwkunde studeert

Zo gebruik je bouwkundestudent

Met lidwoordde bouwkundestudent
Dit of dezedeze bouwkundestudent
Dat of diedie bouwkundestudent
Ons of onzeonze bouwkundestudent
Jouwjouw bouwkundestudent
Elk of elkeelke bouwkundestudent
Welk of welkewelke bouwkundestudent?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwkundestudent, de grote bouwkundestudent
Meervoudde bouwkundestudenten, deze bouwkundestudenten

Voorbeeldzinnen met bouwkundestudent

  • Daarom is het belangrijk om zoveel mogelijk te werken met bouwmaterialen die daar al beschikbaar zijn", zegt de bouwkundestudent.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).