De of het bouwkas?

Het juiste lidwoord is:

de bouwkas

  • Meervoud: de bouwkassen
Betekenis 1. bankrekening of post in een boekhouding die bestemd is voor de bouw of verbouw 2. woningbouwvereniging

Zo gebruik je bouwkas

Met lidwoordde bouwkas
Dit of dezedeze bouwkas
Dat of diedie bouwkas
Ons of onzeonze bouwkas
Jouwjouw bouwkas
Elk of elkeelke bouwkas
Welk of welkewelke bouwkas?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwkas, de grote bouwkas
Meervoudde bouwkassen, deze bouwkassen

Voorbeeldzinnen met bouwkas

  • Oude Kerk in Borne houdt acties om bouwkas te spekken
  • De opbrengst is normaal bestemd voor de bouwkas van de kerk, maar is nu voor de evangelisatieactie.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).