De of het bouwdeel?

Het juiste lidwoord is:

het bouwdeel

  • Meervoud: de bouwdelen
Betekenis duidelijk afscheidbaar onderdeel van een gebouwencomplex

Zo gebruik je bouwdeel

Met lidwoordhet bouwdeel
Dit of dezedit bouwdeel
Dat of diedat bouwdeel
Ons of onzeons bouwdeel
Jouwjouw bouwdeel
Elk of elkeelk bouwdeel
Welk of welkewelk bouwdeel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bouwdeel, het grote bouwdeel
Meervoudde bouwdelen, deze bouwdelen

Voorbeeldzinnen met bouwdeel

  • Na de fatale brand in de Grenfell Tower in Londen werd bouwdeel C ontruimd, toen uit onderzoek was gebleken dat de gevelbekleding niet aan de huidige normen van brandveiligheid voldeed.
  • In het zogeheten bouwdeel A willen stichting ViaVie Welzijn en Avedan (voorheen Maatschappelijk Werk Noord West Twente) hun intrek nemen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).