De of het bouwconcern?

Het juiste lidwoord is:

het bouwconcern

  • Meervoud: de bouwconcerns
Betekenis groot bedrijf dat actief is in het bouwen van gebouwen en ander vastgoed

Zo gebruik je bouwconcern

Met lidwoordhet bouwconcern
Dit of dezedit bouwconcern
Dat of diedat bouwconcern
Ons of onzeons bouwconcern
Jouwjouw bouwconcern
Elk of elkeelk bouwconcern
Welk of welkewelk bouwconcern?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bouwconcern, het grote bouwconcern
Meervoudde bouwconcerns, deze bouwconcerns

Voorbeeldzinnen met bouwconcern

  • De club uit de Jupiler League werkt samen met bouwconcern Ballast Nedam om het eerste stadion ter wereld te realiseren dat uit losse componenten kan worden opgebouwd.
  • "De markten zijn in het eerste half jaar verder verslechterd", zegt het bouwconcern.

Woorden die eindigen op bouwconcern

machinebouwconcern | vliegtuigbouwconcern | mijnbouwconcern

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).