De of het bouwcoördinator?

Het juiste lidwoord is:

de bouwcoördinator

  • Meervoud: de bouwcoördinatoren / bouwcoördinators
Betekenis (bouwkunde, beroep) iemand die de samenwerking tussen verschillende partijen die betrokken zijn bij de bouw van een bouwwerk regelt

Zo gebruik je bouwcoördinator

Met lidwoordde bouwcoördinator
Dit of dezedeze bouwcoördinator
Dat of diedie bouwcoördinator
Ons of onzeonze bouwcoördinator
Jouwjouw bouwcoördinator
Elk of elkeelke bouwcoördinator
Welk of welkewelke bouwcoördinator?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwcoördinator, de grote bouwcoördinator
Meervoudde bouwcoördinatoren, deze bouwcoördinatoren

Voorbeeldzinnen met bouwcoördinator

  • In 1977 verliet Van Empelen het cabaretgezelschap. Hij werd daarna directeur van het maritiem museum Prins Hendrik in Rotterdam. Later was hij bouwcoördinator bij de Hermitage in Amsterdam.
  • De 25-jarige Kristel van Dalsum is groepsleerkracht (groep 4) en (onder)bouwcoördinator op een school in Rotterdam.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).