De of het bouwbond?

Het juiste lidwoord is:

de bouwbond

  • Meervoud: de bouwbonden
Betekenis (economie) vakbond van bouwvakkers

Zo gebruik je bouwbond

Met lidwoordde bouwbond
Dit of dezedeze bouwbond
Dat of diedie bouwbond
Ons of onzeonze bouwbond
Jouwjouw bouwbond
Elk of elkeelke bouwbond
Welk of welkewelke bouwbond?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwbond, de grote bouwbond
Meervoudde bouwbonden, deze bouwbonden

Voorbeeldzinnen met bouwbond

  • De bouwbond zal vandaag ook een standpunt bekend maken.
  • Larsson vertelde me dat de bouwbond, een van de grootste vakbonden van het land, er zelfs van beschuldigd werd zich racistisch te gedragen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).