De of het bouwagenda?

Het juiste lidwoord is:

de bouwagenda

Betekenis plannen die men heeft om huizen te gaan bouwen

Zo gebruik je bouwagenda

Met lidwoordde bouwagenda
Dit of dezedeze bouwagenda
Dat of diedie bouwagenda
Ons of onzeonze bouwagenda
Jouwjouw bouwagenda
Elk of elkeelke bouwagenda
Welk of welkewelke bouwagenda?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwagenda, de grote bouwagenda

Voorbeeldzinnen met bouwagenda

  • Er komt daarvoor een minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, een Nationale Woon- en Bouwagenda en provincies en gemeenten krijgen meer ondersteuning.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).