De of het boudheid?

Het juiste lidwoord is:

de boudheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het stoutmoedig zijn

Zo gebruik je boudheid

Met lidwoordde boudheid
Dit of dezedeze boudheid
Dat of diedie boudheid
Ons of onzeonze boudheid
Jouwjouw boudheid
Elk of elkeelke boudheid
Welk of welkewelke boudheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boudheid, de grote boudheid

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).