De of het boterschaal?

Het juiste lidwoord is:

de boterschaal

  • Meervoud: de boterschalen
  • Verkleinwoord: het boterschaaltje
Betekenis 1. (huishouden) lage open kom met een brede vlakke rand waarin boter wordt opgediend 2. (handel) weegschaal bestemd om boter mee af te wegen

Zo gebruik je boterschaal

Met lidwoordde boterschaal
Dit of dezedeze boterschaal
Dat of diedie boterschaal
Ons of onzeonze boterschaal
Jouwjouw boterschaal
Elk of elkeelke boterschaal
Welk of welkewelke boterschaal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boterschaal, de grote boterschaal
Meervoudde boterschalen, deze boterschalen

Voorbeeldzinnen met boterschaal

  • Hij daalt, op zijn slip-slap-sloffen, in zijn kelder, neemt een volle melkpan in de linkerhand, knijpt den in papier gewikkelden klomp lekkerkoek onder den linkerarm, en met het brood …
  • Voor het ijken van de boterschaal van Lo bij Veurne wordt in 1406 beroep gedaan op de ‘ghesworen ykere vanden ghewichten’ van de stad Brugge.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).