De of het bosarbeider?

Het juiste lidwoord is:

de bosarbeider

  • Meervoud: de bosarbeiders
Betekenis (beroep) iemand die ongeschoold werk doet bij de winning van hout te winnen en het onderhoud van bossen

Zo gebruik je bosarbeider

Met lidwoordde bosarbeider
Dit of dezedeze bosarbeider
Dat of diedie bosarbeider
Ons of onzeonze bosarbeider
Jouwjouw bosarbeider
Elk of elkeelke bosarbeider
Welk of welkewelke bosarbeider?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bosarbeider, de grote bosarbeider
Meervoudde bosarbeiders, deze bosarbeiders

Voorbeeldzinnen met bosarbeider

  • De Jong ziet bij zijn boerderij in Vught bosarbeiders hakhout opschonen.
  • De zoon van een bosarbeider, afkomstig uit een christelijk gezin, beschikte over een ijzeren gestel en een puike conditie.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).