De of het borger?

Het juiste lidwoord is:

de borger

  • Meervoud: de borgers
Betekenis (economie) iemand die geld uitleent

Zo gebruik je borger

Met lidwoordde borger
Dit of dezedeze borger
Dat of diedie borger
Ons of onzeonze borger
Jouwjouw borger
Elk of elkeelke borger
Welk of welkewelke borger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote borger, de grote borger
Meervoudde borgers, deze borgers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).